
WTW zonder luchtkanalen door de hele woning klinkt aantrekkelijk bij een renovatie. Een centraal systeem gebruikt normaal kanalen om toevoer- en afvoerlucht tussen unit en kamers te verdelen. Zonder zo’n kanalennet gaat het meestal om een decentrale oplossing per vertrek of een ander systeemconcept. Hieronder lees je wat die keuze betekent en welke punten je vooraf controleert.
De term kan verschillende dingen aanduiden: decentrale WTW-units in buitenmuren, een unit die één ruimte ventileert, of een plan waarbij bestaande onderdelen behouden blijven. Vraag daarom altijd welk toestel de buitenlucht toevoert, waar de gebruikte lucht wordt afgevoerd en welke kamers het systeem daadwerkelijk bedient. Een centraal balanssysteem voor meerdere kamers vraagt een ontworpen verdeling van lucht, vaak via kanalen.
Een decentrale unit wordt doorgaans in of bij de gevel van een kamer geplaatst en verzorgt lokale toevoer en afvoer met warmteterugwinning. Dit kan kanaalwerk tussen kamers beperken, maar vraagt wel een geveldoorvoer, stroom en voldoende ruimte voor installatie en onderhoud. De precieze werking verschilt per toestel. Bekijk hoe decentrale WTW werkt voor de aandachtspunten rond plaatsing.
Een unit in één kamer ventileert niet vanzelf de hele woning. Bepaal welke ruimtes ondersteuning nodig hebben en hoe luchtstromen tussen gesloten kamers zijn geregeld. Let daarbij op geluid in slaapkamers, de buitengevel, tochtgevoel, filters en toegang om het toestel te reinigen.
Wil je meerdere kamers via één unit bedienen, dan vraagt centrale WTW om toevoer naar verblijfsruimten en afvoer uit onder meer natte ruimten. Dat betekent meestal een netwerk van kanalen of een speciaal ontworpen renovatieconcept. Plafondruimte, schachten en renovatiemomenten bepalen hoeveel breekwerk nodig is. Voor de haalbaarheid in bestaande bouw, zie WTW in een bestaande woning.
Een losse ventilator boven een deur is niet automatisch een gelijkwaardig alternatief voor ontworpen toevoer- en afvoerkanalen. Vraag de aanbieder om uit te leggen hoe de luchtbalans en prestaties in de betreffende kamers worden vastgesteld.
Een centraal systeem moet lucht tussen de unit en de ruimtes verplaatsen. Als kanalen ontbreken, bespreek dan welke verdelingsmethode is ontworpen; bij lokale gevelunits gaat het meestal om decentrale ventilatie per ruimte.
Dat hangt af van het aantal en de ligging van de units, het gebruik van kamers en de luchtstromen tussen vertrekken. Laat bepalen welke ruimtes worden bediend en welke onbediend blijven.
Er kan minder kanaalwerk in huis nodig zijn, maar elk toestel vraagt passende montage en vaak een geveldoorvoer. De totale ingreep verschilt per woning.
Meer achtergrond over balansventilatie en warmteterugwinning vind je bij Milieu Centraal.